Activeringspraktijken in de sociale economie: een casestudie bij buurt- en nabijheidsdiensten
In haar doctoraatsonderzoek (2002-2008) onderzocht Carmen Mathijssen samen met enkele buurt- en nabijheidsdiensten en mensen in armoede hedendaagse activeringspraktijken in de sociale economie. Iedereen die wel eens een krant leest of naar het journaal luistert, hoorde al van de term ‘activering’. Vooral werkzoekenden en verschillende achtergestelde groepen moeten ‘geactiveerd’ worden, onder meer om de betaalbaarheid van de sociale zekerheid te garanderen. Zowel in het Vlaams als in het federaal beleid inzake tewerkstelling, sociale economie en buurt- en nabijheidsdiensten is de invloed van het Europese activeringsdiscours herkenbaar. Het verhogen van de arbeidsmarktparticipatie door het creëren van werkgelegenheid voor kansengroepen is hét speerpunt van het Belgische en Vlaamse beleid. Flexibiliteit, mobiliteit en inzetbaarheid worden gezien als onvermijdelijk en vanzelfsprekend. Activering wordt als een evidente doelstelling naar voren geschoven door beleidsmakers op verschillende niveaus. Maar is dit wel zo vanzelfsprekend? Dit blijkt immers geen ‘neutraal’ beleid te zijn. Vooral de individuele tekorten van werklozen en mensen in armoede worden in de verf gezet (ze zouden bepaalde kennis, vaardigheden en houdingen missen), terwijl mechanismen van structurele uitsluiting nauwelijks ter sprake komen.
In het doctoraat werden zes buurt- en nabijheidsdiensten in de Westhoek bestudeerd. Ze ondervonden de druk van het dominante activeringsbeleid. Daarom wilden ze ruimte maken voor andere vormen van activering. Luisteren naar mensen stond daarbij centraal. Buurt- en nabijheidsdiensten leveren lokaal diensten zoals onder meer onderhoud van het publieke domein, boodschappendiensten of klusjesdiensten. Zo willen ze de leefbaarheid en de sociale samenhang verbeteren. Participatie van diverse belanghebbenden is voor hen belangrijk. Hierdoor ontstaan diverse praktijken. Buurt- en nabijheidsdiensten zijn niet enkel gericht op doorstroom naar de arbeidsmarkt. Ze bieden ook alternatieve tewerkstelling aan. Inzetbaarheid op de arbeidsmarkt staat in spanning met de bredere sociale doelstellingen zoals het bevorderen van zinvolle arbeid. Daarnaast is er aandacht sociaal engagement en democratisch burgerschap. Ook was er spanning tussen participatie als middel en participatie als doel. Bovendien dreigt participatie in zijn geheel op de achtergrond te geraken sinds de invoering van het decreet Lokale Diensteneconomie. Tenslotte was er een spanning te bestaan tussen de nagestreefde nabijheid en de druk naar meer efficiëntie bij het ontwikkelen van de dienstverlening (het leveren van meer diensten in minder tijd).
