logo Sociale economie

PASO-module: Mainstreaming van MVO

Toegevoegd
2 jaren 21 weken geleden

Auteur(s)
Prof. Dr. Dirk Buyens, Prof. Dr. Ans de Vos, Katleen De Stobbeleir
Uitvoerder
Vlerick Leuven Gent Management School
Opdrachtgever
Vlaams minister van Werkgelegenheid en Toerisme
Abstract of inleiding

Dit rapport vormt een eerste aanzet voor het in kaart brengen van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) in Vlaanderen, op basis van de vragenlijst zoals ontwikkeld in het onderzoek ter voorbereiding van de PASO-module uit 2003. De onderzoekers besluiten dat organisaties die aandacht besteden aan een geformaliseerde en strategische bedrijfsvoering, door bijvoorbeeld een missie te ontwikkelen, ook vaker een aantal concrete maatregelen blijken te nemen in het kader van MVO. Door na te denken over de missie van de organisatie, lijkt het bijna vanzelfsprekend dat organisaties hun eenzijdige focus op het economische verschuiven naar een aantal andere aspecten van bedrijfsvoering. Bovendien duidt de ontwikkeling van een missie op transparantie over de doelstellingen van de organisatie. Deze transparantie leidt ertoe dat organisaties afgerekend kunnen worden op wat ze aan bod laten komen in hun missie. De stelling dat een missie enkel zou fungeren als marketinginstrument of vooral kan beschouwd worden als window dressing, is volgens de onderzoekers dan ook een foute conclusie. Het onderzoeksteam is er ook van overtuigd dat een belangrijke rol is weggelegd voor de overheid. Het creëren van een draagvlak voor MVO in de bedrijfswereld begint volgens hen bij het aanmoedigen van strategisch management.

Het eerste grote deel had de bedoeling om een stand van zaken over MVO in Vlaanderen weer te geven. Ten eerste bleek dat 51 % van de Vlaamse organisaties over een missie beschikte, en 29 % over een ethische code. Van de organisaties met een uitgeschreven missie, had de overgrote meerderheid minimaal 1 van de MVO-doelstellingen opgenomen. Er is dus geen eenzijdig financiële focus op strategisch vlak. Ten tweede werd nagegaan of deze doelstellingen worden omgezet in concrete maatregelen. De grote meerderheid (93 %) van de organisaties trof minimaal 1 van de gespecificeerde MVO-maatregelen (vooral gezondheid en veiligheid van medewerkers, recyclage, verbetering van de combinatie van arbeid en privé en respect voor de lokale gemeenschap en cultuur). Op vlak van de derde deelvraag valt op dat bij het nemen van MVO-maatregelen daar niet noodzakelijk ook over wordt gecommuniceerd. Er wordt wel meer over gecommuniceerd als de maatregel past in een ruimer beleid. Ten vierde bleek dat de overgrote meerderheid van de organisaties geen specifieke procedure hanteert om de verschillende belanghebbenden in kaart te brengen. Wel vermeldt iets meer dan de helft 1 of meerdere stakeholders in hun missie (vooral de eigen medewerkers en de consumenten). Het zijn echter in de eerste plaats de eigenaars en aandeelhouders die in eerste instantie een reële impact hebben op de strategische beslissingen. Tot slot werd vastgesteld dat de deelname aan een aantal specifieke initiatieven die gelinkt worden aan MVO (projecten van de Koning Boudewijnstichting, Bond Beter Leefmilieu, …) laag is.

In het tweede grote deel wordt geschetst welke rol de overheid zou kunnen spelen om MVO aan te moedigen. Ten eerste kan de overheid een draagvlak creëren voor MVO in de bedrijfswereld. Een tweede rol voor de overheid houdt een verdere verfijning in van de beoogde beleidseffecten. De derde taak die de overheid op zich zou moeten nemen volgens de onderzoekers, is het verder in kaart brengen van de determinanten van het nemen van MVO-maatregelen, en bijkomend onderzoek te verrichten naar de competitieve voordelen die MVO kan inhouden. Het vierde aspect is het uitwerken van een gedifferentieerd beleid ten aanzien van MVO, bijvoorbeeld door de indicatoren van MVO te gaan vertalen naar de verschillende sectoren toe. Ten slotte lijkt het de onderzoekers ook aangewezen om de evoluties inzake MVO in Vlaanderen op een continue wijze in kaart te brengen.

Link

Bijlagen