logo Sociale economie

Psychologische testen en de effecten op de instroom van kansengroepen in het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Toegevoegd
2 jaren 21 weken geleden

Type onderzoek
Beleidsvoorbereidend onderzoek
Auteur(s)
Michel Meulders, Paul De Boeck, Karel De Witte, Rianne Janssen, Miek Vandenberk, Maarten Andriessen
Uitvoerder
KULeuven
Abstract of inleiding

Dit onderzoek bestaat uit drie delen. In het eerste deel wordt onderzoek gedaan naar de selectie van personen met een handicap, in het tweede deel wordt nagegaan of mannen en vrouwen gelijke kansen hebben bij selectieproeven met intelligentietests, en in het derde deel of autochtonen en allochtonen gelijke kansen hebben bij selectieproeven met intelligentietests.

 

In verband met de selectie van personen met een handicap constateerden de onderzoekers dat er nood was aan een fundamentele onderbouw waarin basiselementen voor een eerlijke en gelijkwaardige screening voor personen met een handicap. Daarbij stellen ze een procedure voor die bestaat uit zes stappen.

1) identificatie van de persoon met een handicap: zichzelf aanmelden, bevragen via de organisatie of aanmelden via een derde
2) een expertise-instantie inschakelen met als criteria voor expertise: ervaring hebben met testing en met personen met een handicap
3) de inschatting van de handicap
4) testing van de kandidaat waarbij zoveel mogelijk bij de gewone selectieprocedure wordt aangeleund inzake testing en testmethodes. Hierbij zou men niet de klassieke normering gebruiken, maar waar nodig interpretatief werken
5) testafname zelf
6) beslissen of de kandidaat al dan niet geschikt is voor de job

Het onderzoek doet vervolgens nog aanbevelingen voor tijdens elk van deze zes stappen, en enkele algemene aanbevelingen. Zo moet de overheid bijvoorbeeld zelf duidelijkheid brengen in de interpretatie van het gelijkheidsbeginsel, en kan de potentiële meerkost van de alternatieve procedure worden verdeeld over werkgever en overheid.
 
Het onderzoek met betrekking tot gelijke kansen voor mannen en vrouwen wijst uit dat vrouwen op bepaalde tests gemiddeld slechter scoren dan mannen, terwijl er op andere tests geen verschil gevonden werd tussen mannen en vrouwen. Verder onderzoek is nodig om te zien of er geen andere variabelen zijn die de oorzaak zijn van die verschillen (bijvoorbeeld scholingsgraad). Om onterechte discriminatie van mannen en vrouwen in de selectiepraktijk te vermijden, zouden tests die moeilijker zijn voor één bepaalde groep alleen mogen worden gebruikt als aangetoond is dat de vaardigheden die ze meten echt noodzakelijk zijn voor succes in de job. Om een gelijkekansenbeleid te voeren, dient men dus te vermijden dat kansengroep ten onrechte worden gediscrimineerd op basis van tests. Dat kan door de kwaliteit van tests op een aantal punten systematisch te bewaken.

De belangrijkste vaststelling in het onderzoek met betrekking tot gelijke kansen voor autochtonen en allochtonen is dat allochtonen vooral slechter presteren dan Vlamingen op de verbale subtests. Als het niet duidelijk is dat een betere kennis van het Nederlands leidt tot een betere jobperformantie, dan is de discriminatie onterecht. Opnieuw wordt de aanbeveling gedaan dat de kwaliteit van de tests op een aantal punten systematisch bewaakt zou worden.

Link

Bijlagen


  • ---