logo Sociale economie

Social audit en maatschappelijk verantwoord ondernemen in Vlaanderen

Toegevoegd
2 jaren 21 weken geleden

Auteur(s)
Katrien Meireman, Rita Sepelie, Sophie Spillemaeckers, Jan Vandenhove & Guy Van Gyes
Uitvoerder
HIVA en Ethibel
Opdrachtgever
Vlaams minister van Werkgelegenheid en Toerisme
Abstract of inleiding

Dit onderzoek gaat na hoe “social audit” kan worden uitgebouwd tot een werkbaar managementinstrument voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Social audit wordt beschouwd als een informatie- en communicatiesysteem tussen een bedrijf en zijn belanghebbenden. Het is een continu leerproces waarbij een onderneming reflecteert over haar sociale en maatschappelijke impact en haar ethisch gedrag. Ze meet, evalueert, rapporteert en stuurt dit bij in functie van haar eigen doelstellingen en waarden en die van haar stakeholders.   

De maatschappelijke meerwaarde van social audit is volgens de auteur dat het maatschappelijke potentieel gemobiliseerd wordt. De sociale audit draagt een systematiek aan voor de dialoog tussen de stakeholders. Als managementinstrument zorgt de social audit tot de creatie van betrokkenheid door op een gestructureerde manier de dialoog met stakeholders aan te gaan, versterkt de social audit de interne en externe solidariteit en zorgt het voor een betere reputatie van het bedrijf.

Ondanks deze mogelijke meerwaarde, zien we toch slechts een schoorvoetende praktijk van social auditing ontstaan, en niet alleen in Vlaanderen. Social audit heeft weinig kansen in een land met een zwakke overlegcultuur (zoals in Groot-Brittannië), maar ook in landen met een cultuur van sociaal overleg is social audit geen courante praktijk. Een gerichte en actieve aanpak van de overheid is dus belangrijk.

Praktijkcases tonen aan dat in vooral bij de start drempels moeten overwonnen worden. De blijvende aanwezigheid van iemand die aan managementkant een voortrekkersrol speelt, is daarbij heel belangrijk, net als netwerkvorming voor deze groep van managers. Een tweede probleem is de inschatting van de mogelijkheden aan stakeholderskant. Het voorzien van voldoende en gelegitimeerde mankracht aan stakeholderszijde is dan ook een noodzakelijke voorwaarde voor het welslagen van social auditing in Vlaanderen. Een derde bezwaar wordt veroorzaakt door het gebruiksonvriendelijke jargon van social auditinstrumenten. Indien men social audit omschrijft in zijn kernelementen wordt de drempel om een social auditproces te beginnen sterk verlaagd. Ten vierde moet er een symbiose gevonden wordt tussen het ideaal van transparante communicatie over maatschappelijk verantwoorde prestaties en de bedrijfpraktijk om vertrouwelijk met eigen gegevens om te gaan. Een vijfde opmerking van de auteur is dat KMO’s een bijzondere behandeling nodig hebben, omdat zij niet altijd de tijd en middelen hebben om voluit met omgevingsinvloeden om te gaan. Het laatste startpunt van de auteur is dat er nood is aan externe ondersteuning bij de start van een social auditing in een bedrijf.

Ook al zullen het uiteindelijk bedrijven en stakeholdergroepen zijn die social auditing moete waarmaken, toch kan ook de overheid een belangrijke rol spelen. Ten eerste moet de overheid een duidelijke strategie formuleren gericht op social audit. De doelstellingen moeten niet te ambitieus zijn (wegens gebrek aan ervaring met social audit in Vlaanderen), maar wel zeer gericht. Ten tweede moet de overheid de voorwaarden creëren waarbinnen social auditing meer ingang kan vinden. Daarbij heeft de overheid een driedubbele opdracht, als informatieverstrekker (bijvoorbeeld over de bestaande initiatieven op het vlak van social audit in Vlaanderen, de verwijzing naar contactpersonen, organisatie van seminaries, …), als deskundigheidscentrum (bijvoorbeeld ontwikkeling van toolkits voor zelfbeoordeling, aanpassing van bestaande instrumenten aan de noden van KMO’s, …) en als facilitator (personele, financiële en logistieke steun in ruil voor realisaties, zelf het goede voorbeeld geven, …).

Een actief en gericht overheidsbeleid veronderstelt dat er voortdurend concrete initiatieven genomen worden. De auteur verkent daarom ten slotte twee mogelijke sporen: een breed spoor dat als doelstelling heeft bedrijven te stimuleren rond maatchappelijke rapportering, en een diep spoor waarbij pilootprojecten rond social audit opgestart worden in een beperkt aantal bedrijven.

Link

Bijlagen