Financiering van de sociale economie: gevalstudie bij Kluster cvba.
Deze eindverhandeling heeft in het algemeen de financiering van de sociale economie als thema. Dit hoofdthema wordt vervolgens toegepast in een case-study met betrekking tot de onderneming Kluster cvba.
Het gedeelte over de financiering van de sociale economie valt uiteen in twee hoofdstukken: één over tewerkstellingsmaatregelen, en één over alternatieve financiering. De maatregelen beschreven in het hoofdstuk over tewerkstellingsmaatregelen, zijn eigenlijk pure loonsubsidies, die voornamelijk het rendementsverlies van de doelgroepmedewerkers moeten compenseren. Een eerste deel maatregelen betreft de tewerkstellingsmaatregelen voor bepaalde leeftijdsgroepen, voornamelijk jongere (-29-jarigen) of oudere (50-plus) werknemers. Deze maatregelen zijn niet specifiek van toepassing voor de sociale economie, ze gelden ook voor de reguliere economie.
Het tweede deel maatregelen betreft tewerkstellingsmaatregelen voor kansengroepen. Zo is er het Activa-plan voor langdurig werkloze werkzoekenden. Ten tweede zijn er stimuli voor ondernemingen om personen met een handicap aan te nemen: de regeling uit CAO 26 die voorschrijft dat werkgevers personen met een handicap minder mogen betalen, overeenkomend met hun productiviteitsverlies, en de Vlaamse Integratiepremie (VIP), die de kosten moet dekken van de integratie van een persoon met een handicap in een onderneming. Vervolgens zijn er nog initiatieven voor moeilijk inzetbare en langdurig werkzoekenden, personen zonder recht op sociale uitkeringen, personen die doorstroming naar een stabiele tewerkstelling nodig hebben en laaggeschoolde afgestudeerde jongeren en werklozen met een VDAB-opleiding. Daarnaast is er het systeem van de dienstencheques voor buurtwerken en buurtdiensten, en premies voor het aannemen van invoegwerknemers. Al deze maatregelen voor de bevordering van de tewerkstelling van kansengroepen gelden niet louter voor de sociale economie, maar aan te nemen valt dat de sociale economie ondernemingen er meer van zullen gebruikmaken dan de reguliere economie.
Uiteraard heeft een onderneming ook andere kosten dan de loonkost. De financieringsbronnen die sociale economie ondernemingen hiervoor kunnen aanspreken, komen uitgebreid aan bod in het hoofdstuk over alternatieve financiering. Klassieke kredietverlening is voor sociale economie ondernemingen niet altijd even toegankelijk door de waarborgen die de financiële instellingen vragen. Sinds de jaren 1980 bestaan er ook alternatieve financieringsorganisaties die diensten verlenen aan sectoren die niet echt terechtkunnen bij de reguliere financieringsbronnen. Deze alternatieve financieringsorganisaties worden ingedeeld in multiproductverstrekkende financiers en risicokapitaalverstrekkers. Tot de eerste groep behoren Hefboom, Netwerk Rentevrij en Triodos Bank, Trividend behoort tot de tweede groep. Hefboom, opgericht in 1981, biedt verschillende kredietvormen: bedrijfskapitaalkrediet (krediet om een tijdelijk onevenwicht te verhelpen, meestal voor hoogstens een jaar), investeringskrediet (krediet om investeringen op lange termijn te kunnen doen), borgstellingskrediet (eigenlijk geen krediet maar een garantie voor bedrijven die niet voldoende zekerheid kunnen bieden) en overbruggingskrediet (krediet voor de overbrugging van de periode waarin een organisatie op een bepaalde som geld wacht, bijvoorbeeld op een subsidie). Netwerk Rentevrij verleent enkel investerings- en bedrijfskapitaalkredieten aan waardevolle projecten en zinvolle initiatieven met een rente van nul procent. Er moeten wel administratieve kosten worden betaald, en er moet ook participatie zijn van de achterban. Voor Triodos Bank is sociale economie slechts één van de deelgebieden waarop ze werkt, en Triodos biedt ook een hele waaier aan kredietvormen aan. Trividend, dat bestaat sinds 2001, is de enige risicokapitaalverstrekker binnen de sector van de sociale economie.
De auteur heeft het verder nog over het Kringloopfonds cvba, beheerd door de federale overheid. Het verleent zelf geen rechtstreeks krediet, maar stelt geld der beschikking van andere financiers, waardoor er bijkomende middelen worden vrijgemaakt voor de sociale economie.
Het eerste luik van de financiering van Kluster cvba wordt gevormd door de alternatieve financiers. Voor de verstrekking van risicokapitaal doet Kluster een beroep op Trividend, voor de financiële activiteiten heeft Kluster een zichtrekening bij Triodos. De ontvangsten uit loonsubsidies vormen het tweede luik, voornamelijk door dienstencheques, maar ook bijvoorbeeld de invoegsubsidie, de startbanen, … De auteur besluit dat Kluster blijft bestaan dankzij de steun van alle spelers in de sociale economie.
