Arbeidsgehandicapten op de werkvloer
In dit onderzoek wordt een globaal overzicht van de arbeidssituatie van gehandicapten geschetst. Enerzijds zijn de gegevens over de werkloze gehandicapten grondig geanalyseerd, en daarnaast is onderzocht welke de arbeidsmarktpositie is van een populatie in het Vlaams Fonds ingeschreven gehandicapten.
Na een conceptuele uiteenzetting over personen met een handicap in het eerste hoofdstuk, wordt in het tweede hoofdstuk een overzicht gegeven van de volledige onderzoekspopulatie. Daaruit blijkt onder andere dat slechts een kleine 40 % van de onderzochte arbeidsgehandicapten werk heeft; 20 % is werkloos en 40 % is niet-actief.
Het derde hoofdstuk handelt over de arbeidsgehandicapten die actief zijn op de arbeidsmarkt. Daaruit blijkt onder andere dat het aandeel van de beschutte werkplaatsen in de tewerkstelling logischerwijze duidelijker lager ligt bij de mensen met een hoger opleidingsniveau dan bij de mensen met een lagere opleiding. Toch is zelfs bij deze laatste groep arbeidsgehandicapten het aandeel van de tewerkstelling in de “reguliere” arbeidsmarkt bijna 50 %. Verder blijkt ook dat werkenden in beschutte werkplaatsen beduidend minder verdienen dan collega’s werkend in “gewone” ondernemingen. Dit wordt deels verklaard door opleidingsniveau en leeftijd, maar vooral gewoon door loonverschillen. Procentueel gezien heeft de tewerkstelling in beschutte werkplaatsen het grootste aandeel in de totale tewerkstelling van de onderzoekseenheden in West)Vlaanderen (52 %) en Vlaams-Brabant (48 %). Antwerpen scoort iets minder (45 %) en situeert zich rond het gemiddelde van 44 %. IN Limburg (36 %) en Oost-Vlaanderen (33 %) ligt dit aandeel beduidend lager.
Hoofdstuk 4 onderzoekt de kenmerken van “deels werkloos, deels werkend”-en. Daarvan werkt 28 % in beschutte werkplaatsen. In het vijfde en laatste hoofdstuk worden de persoonsgegevens van werklozen en (nog) niet actieven besproken.
