logo Sociale economie

Europese ervaringen met sociale economie - werk voor gehandicapten en langdurig werklozen in sociale ondernemingen

Toegevoegd
2 jaren 20 weken geleden

Type onderzoek
TNO-rapport
Auteur(s)
Aukje Smit, Joost van Genabeek, Mike Klerkx
Uitvoerder
TNO
Abstract of inleiding

Dit rapport onderzoekt de vormen van sociaal ondernemerschap en de rol van de overheid in vijf landen: Duitsland, Groot-Brittannië, België, Italië en Zweden. De focus van het onderzoek ligt op zogenaamde “work integration social enterprise”: particuliere initiatieven waarbij ondernemers voor eigen rekening en risico een bedrijf voeren met als belangrijkste missie het naar vermogen inzetten van personen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie.

In Duitsland zijn “integrationsfirmen” onderzocht, commerciële ondernemingen die gehandicapte mensen op de reguliere arbeidsmarkt re-integreren door werkverschaffing. Bij integrationsfirmen heeft minimaal 25 % van de werknemers een handicap en maximaal 50 %. In Groot-Brittannië werden sociale firma’s onderzocht, bedrijven met minstens 25 % “doelgroepwerknemers”. Voor België gaat het om invoegbedrijven, die aan maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) doen en die banen creëren voor een bepaald aantal laaggeschoolde langdurig werklozen. Italië kent als belangrijkste vorm de coöperaties voor arbeidsintegratie (type B) die beschutte werkplaatsen creëren voor moeilijk inzetbare personen en die opleidingen organiseren voor werklozen om de doorstroming naar de reguliere economie te bevorderen. In Zweden tenslotte gaat het om sociale coöperaties waar mensen met psychische, fysieke of sociale beperkingen beschutte arbeid verrichten, scholingstrajecten volgen en werkervaring opdoen.

De overheden in alle vijf de landen verlenen op de een of andere manier steun aan sociale ondernemingen. Alle uiteenlopende maatregelen zijn terug te voeren op vier typen. Ten eerste is er financiële compensatie voor meerkosten en lagere productiviteit. In de meeste landen krijgen de sociale ondernemingen voor slechts een gedeelte van de loonkosten een compensatie. Enkel in Duitsland komen de integrationsfirmen in aanmerking  voor een breed pakket aan tegemoetkomingen. Ten tweede wordt er in alle vijf de landen ondersteuning en advisering voorzien, alle vijf de landen hebben ook koepelorganisaties. Het verbeteren van de bekendheid en het imago van de sector van de sociale economie is een derde maatregel die in alle vijf de landen gebeurt. Ten vierde is in diverse landen een specifieke rechtsvorm en wettelijke erkenning voor de sociale economie ingevoerd. De particulariteiten en voordelen verschillen van land tot land.

Het rapport geeft vervolgens informatie over de (kosten-)effectiviteit en de maatschappelijke baten in de onderzochte landen, maar het geeft aan dat het moeilijk is om daarover samenhangende informatie de vinden. Daarna worden de belangrijkste recente ontwikkelingen uiteengezet. Een belangrijke overeenkomst in de vijf landen is de opkomst van een activerend arbeidsmarktbeleid in de jaren 1990, met meer nadruk op de doorstroom naar regulier werk. Dat beleid bood echter onvoldoende soelaas voor gehandicapten en langdurig werklozen. De ongunstige evolutie in de arbeidsparticipatie van deze groepen heeft gezorgd voor een hernieuwde nadruk op sociale economie en gesubsidieerde arbeid. Twee andere ontwikkelingen die in veel landen te zien zijn, is de opkomst van innovatieve vormen van samenwerking met reguliere bedrijven, en de toenemende aandacht voor sociale inclusie en de aanpak van problemen in achterstandsgebieden, waarbij de relatie wordt gelegd met het simuleren van private initiatieven in de sociale economie.

Link

Bijlagen


  • ---