logo Sociale economie

Sociaal ondernemerschap in Vlaanderen

Toegevoegd
1 jaar 43 weken geleden

Auteur(s)
Hans Crijns, Frank Verzele, Sabine Vermeulen
Opdrachtgever
Flanders DC Creativity
Abstract of inleiding

In Vlaanderen anno 2008 staat ondernemerschap hoog op de politieke agenda. Zo luidt één van de doelstellingen van de Vlaamse regering om "Vlaanderen in 2010 verder te laten evolueren naar een ondernemende samenleving" (in het Pact Van Vilvoorde 2001).


Aangezien de sociale economie een volwaardig en belangrijk deel (geworden) is van onze Vlaamse economie en maatschappij, stelt zich de vraag naar de mate van ondernemerschap in de sociale economie, zeker als men Vlaanderen als "district of creativity" op de kaart wenst te zetten. De "sociale economie" is een verzamelnaam van organisaties, bedrijven en initiatieven, die in hun doelstellingen de realisatie van bepaalde maatschappelijke meerwaarden voorop stellen en hierbij enkele basisprincipes willen respecteren: voorrang van arbeid op kapitaal, democratische besluitvorming, maatschappelijke inbedding, transparantie, kwaliteit en duurzaamheid. Door de finaliteit van activiteiten, de democratische besluitvorming en de manier van opbrengstverdeling onderscheidt ze zich van de privé-sector (ook wel "zakelijke" of "reguliere economie" genoemd). Door de autonomie onderscheidt ze zich van de publieke sector. Sociale-economie-bedrijven zijn bijgevolg te vinden in bijna alle sectoren.


De voornamelijk economische benaderingen van het begrip entrepreneurship verklaren waarom tot op heden ondernemerschap en ondernemerszin bijna uitsluitend onderzocht werden in een economische of zakelijke context. Echter, in elke maatschappij zijn er individuen die initiatieven nemen met sociale objectieven waarbij ondernemerskenmerken zoals risicobereidheid, innovatie en proactief gedrag aanwezig zijn. Omdat de focus voornamelijk ligt op sociale doelstellingen werd dit in het verleden niet onmiddellijk in het vakgebied entrepreneurship herkend.


We definiëren sociaal ondernemerschap als innovatieve, sociale waarde creërende activiteiten die plaats vinden in verschillende omgevingen: zowel in niet winstgedreven (non profit) als in winstgedreven (profit) omgevingen.


Dat is tevens de reden waarom weinig studies in het vakgebied entrepreneurship het profiel van de sociale ondernemer behandelen. Het cognitieve aspect van ondernemerschap biedt alternatieve inzichten om dit fenomeen te onderzoeken. Cognitieve stijlen kunnen gebruikt worden als basis voor het bestuderen van besluitvormingsgedrag, conflicthantering, strategieontwikkeling en groepsprocessen.


De resultaten van deze studie tonen aan dat bij verantwoordelijken in sociale economie organisaties (S.E.O.) net zoals bij zakelijke ondernemers de creatieve basisstijl de hoogste score kent, gevolgd door de rationele en de planningsstijl. Maar vooral opmerkelijk is dat er geen significante cognitieve stijlverschillen tussen zakelijke en sociale ondernemers in onze steekproef zijn. Zakelijke en sociale ondernemers verschillen blijkbaar weinig van elkaar op vlak van informatieve procesgerichte voorkeuren. Bovendien suggereren onze resultaten dat qua cognitieve stijl verantwoordelijken in S.E.O. veel meer aanleunen bij het "ondernemersprofiel" dan bij het "managersprofiel". Wat dat betreft is de benaming "sociale ondernemers" wel degelijk op zijn plaats.

 

 


Naast het cognitieve profiel van de sociale ondernemer op individueel niveau, is er tevens de mate van ondernemerschap of ondernemerszin op het niveau van de organisatie (Entrepreneurial Orientation). Ondernemerschap kan gezien worden als een gedragskenmerk van de organisatie, waarbij drie karakteristieken in het besluitvormingsproces bepalend zijn: een neiging tot het nemen van risico's, een proactieve houding en innovatief gedrag. Tot op heden werd het EO-concept meestal onderzocht in een economische of "zakelijke" context. Met de toename van het aantal sociale ondernemingen valt er echter een verschuiving richting maatschappelijk verantwoord ondernemen waar te nemen in de sociaal-economische literatuur. De drie gedragskenmerken [innovatie, proactiviteit en risicogedrag] zouden instrumenten zijn die sociale ondernemers toelaten om een superieure sociale meerwaarde te creëren voor hun klanten.


Onze bevindingen tonen significante verschillen aan op het vlak van ondernemerszin tussen sociale organisaties en zakelijke ondernemingen. Niet enkel scoren de sociale organisaties op elk van de parameters van ondernemerszin lager, de verschillen tussen zakelijke en sociale ondernemingen zijn in zeer hoge mate significant betreffende innovatie en in hoge mate betreffende risicogerichtheid.

 

 

Samen met de graad van ondernemerschap en ondernemerszin is uiteraard het managen van de performantie van de sociale organisaties een belangrijk aspect om Vlaanderen als creatieve regio te positioneren. Ondernemerschap en management zijn immers elkaars complementen.
De SWOT-analyse van de sector - zoals gepercipieerd door de betrokkenen zelf - geeft globaal gezien een positief beeld. De deelnemende organisaties zien vooral sterke punten in de eigen interne organisatie. Dat het sociale engagement van het personeel en de duidelijkheid van de missie, visie, strategie en doelstellingen als sterke punten worden aangehaald is geen verrassing in deze sector. Maar ook in de beheersing van de financiële middelen, de aanwezigheid van voldoende organisatorisch en leidinggevend vermogen, en de functionering van de Raad van Bestuur zien ze zich sterk staan, en dit zijn toch voornamelijk harde managementvaardigheden (in een vaak als "zacht" omschreven omgeving) . De bedreigingen bevinden zich in de eerste plaats in de steeds veranderende wet- en regelgeving die veel onrust met zich meebrengt. De afstemming van deze wet- en regelgeving blijkt een teer punt. Ook zouden er onvoldoende financiële middelen ter beschikking zijn om de kansen in de markt in te nemen.

 

 

Betreffende het monitoren van de performantie bestaat er blijkbaar een grote waaier aan financiële en niet-financiële maatstaven die gebruikt worden binnen de sociale economie: gaande van de sociale audit als meest gehanteerde tot het meten van de social return on investment (SROI) als meest recente.


We stellen een opmerkelijk verband vast tussen het bekend zijn met deze systemen en de graad van innovativiteit van de organisatie. De organisaties die gemiddeld gezien hoger scoren op de schaal van innovativiteit, zijn significant meer vertrouwd met de termen sociale audit en SROI. Daarnaast blijkt er ook een duidelijk verband tussen het opvolgen van de prestaties en de mate van innovativiteit, i.e. organisaties in de sociale economie die hun niet-financiële performantie monitoren, blijken innovatiever te zijn dan de organisaties die dit niet doen.

 

 

Tenslotte is de impact die een sociale economie organisatie op haar omgeving uitoefent een belangrijke parameter in het meten van het succes van de organisatie. Om deze impact te realiseren en hun missie waar te maken geven sociale organisaties in Vlaanderen blijkbaar de voorrang aan doelstellingen en acties naar hun onmiddellijke omgeving en minder aan het bewerken van de brede omgeving.


Bijlagen


  • ---