Handicap en arbeid
Deel I: Definities en Statistieken over de arbeidsdeelname van mensen met een handicap (update juli 2009)
De voorliggende tekst is een bijgewerkte versie van het eerste deel van de nota “Handicap en Arbeid” die al enkele jaren gepubliceerd wordt, eerst op de website van het Vlaams Agentschap voor personen met een handicap (VAPH) en later ook op die van het Departement Werk en Sociale Economie. Het tweede deel, waarin het beleid onder de loep wordt genomen, wordt in het najaar van 2009 geactualiseerd.
Dit eerste deel biedt een overzicht van de in ons land beschikbare statistische gegevens over het voorkomen van handicaps in de bevolking. Ze zijn gebaseerd op de resultaten van groots opgezette landelijke of internationale surveys waarin, nog maar sedert een jaar of tien, ook vragen over handicaps en langdurige gezondheidsproblemen zijn opgenomen. Dit maakt het mogelijk de arbeidsmarktpositie van mensen met een handicap en de samenhang ervan met andere kenmerken zoals sekse, leeftijd en opleidingsniveau te onderzoeken. Een systematische monitoring van de arbeidsdeelname van mensen met een handicap is echter nog niet mogelijk omdat de gegevens onderling te moeilijk vergelijkbaar zijn en de analysemogelijkheden te beperkt. Er is wel overtuigend bewijs dat een handicap of een langdurige gezondheidsaandoening de arbeidsdeelname sterk negatief beïnvloedt.
De meeste niet‐werkende mensen met een handicap zijn “inactieven” over wie enkel via de uitkeringstelsels (beperkte) informatie kan worden verkregen. De niet‐werkende werkzoekenden vormen een veel kleinere groep die echter via de statistieken van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) beter kan worden opgevolgd. Dat blijft wel lastig omdat zowel ontwikkelingen op de arbeidsmarkt als institutionele factoren en wijzigingen van de definities de omvang van deze groep beïnvloeden. Op het gebied van handicap en arbeidshandicap is de definitieproblematiek trouwens nooit ver weg.
Over de werkende arbeidsgehandicapten is het minst bekend, maar een recente enquête over de Werkbaarheid van werk brengt nieuwe gegevens aan het licht.
Ter afronding wordt aan de hand van een vergelijking tussen de resultaten van de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK) van 2002 en 2007 nagegaan of het groeiscenario van 2003 verwezenlijkt werd.
Deel II: Beleidsontwikkelingen (update december 2009)
Reeds meer dan vijf jaar brengt de Vlaamse administratie regelmatig verslag uit over de stand van zaken inzake Handicap en Arbeid. In het eerste deel van de nota Handicap en Arbeid, laatst geactualiseerd in juli 2009, is informatie bijeengebracht over de situatie van mensen met een handicap op de arbeidsmarkt. In dit tweede deel wordt het beleid beschreven en geanalyseerd.
De bespreking van het arbeidsmarktbeleid is beperkt tot het actief beleid. Het passief beleid (in hoofdzaak uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid en werkloosheidsvergoedingen) wordt slechts in de marge aangeraakt. Het actief beleid ten aanzien van arbeidsgehandicapten is vooral een Vlaamse aangelegenheid, met als objectief het wegwerken van de achterstand inzake arbeidsparticipatie, in het kader van een globale verhoging van de werkzaamheidgraad (cf. de doelstellingen van het Pact van Vilvoorde en het Vlaamse pact 2020).
Op federaal vlak zijn er nieuwe acties binnen de administratie en is de wet ter bestrijding van discriminatie van belang. Ook Vlaanderen heeft antidiscriminatie regelingen, die aansluiten bij het beleid van gelijke behandeling en het waarderen van diversiteit en er is vernieuwing in de Vlaamse en de lokale administraties.
De traditionele maatregelen zoals screening en assessment, trajectbegeleiding en beroepsopleiding hebben recent heel wat nieuwe ontwikkelingen doorgemaakt, evenals de loonkostensubsidieregelingen. Het sluitstuk van het beleid, de beschutte tewerkstelling blijft een zeer belangrijke plaats innemen, maar enkele andere programma's in de sociale economie bieden ook kansen aan mensen met een handicap.
Het beleidsinstrumentarium was nog maar pas grondig hervormd toen de economische crisis roet in het eten kwam gooien. Het is dan ook moeilijk om de impact van de vernieuwing van het beleidskader op "outcome" te evalueren aangezien de arbeidsmarkt er helemaal anders uitziet. Er kan wel worden vastgesteld dat alle instrumenten volop worden benut, waarbij men er mag vanuitgaan dat dit de negatieve effecten van de crisis kan temperen.
Bijlagen
-
---
