Evaluatie van het nieuwe werkervaringsprogramma. Een analyse van de organisatie en financiële positie van de leerwerkbedrijven
Een analyse van de organisatie en financiële positie van de leerwerkbedrijven
Werkervaring is al vele jaren een belangrijk instrument voor de integratie van langdurig werkzoekenden op de arbeidsmarkt. Deze maatregel kreeg tot voor kort vorm in het Werkervaringsplan-plus of WEP+. Op 1 januari 2009 trad een nieuw kader voor werkervaring in werking, waarmee een einde kwam aan meer dan tien jaar WEP+. Het nieuwe werkervaringsprogramma heeft als belangrijkste doelstelling een evenwaardige begeleiding voor elke WEP-plus werknemer te realiseren, ongeacht de plaats waar de werkervaring doorgaat. Daarnaast wordt de focus sterker op uitstroom naar het Normaal Economisch Circuit (NEC) gelegd. Om bovenstaande doelstellingen te bereiken, werden inhoudelijke, organisatorische en financiële wijzigingen aangebracht.
Via dit onderzoek zijn we nagegaan hoe dit nieuwe (organisatie)model wordt geïmplementeerd en wat de eventuele knelpunten zijn. Bijzondere aandacht ging daarbij naar de vraag of de vooropgestelde nieuwe financieringssystematiek kostendekkend is en voldoende om een kwalitatieve begeleiding te waarborgen. Om de onderzoeksvragen te beantwoorden maakten we gebruik van verschillende onderzoeksmethoden: desk research, een survey bij de interne werkervaringspromotoren en semi-gestructureerde interviews met beleidsactoren en de penhouders van vijftien leerwerkbedrijven.
