Dienstencheques en sociale economie: driedubbele winst
Dienstenchequeondernemingen uit de sociale economie garanderen sociale tewerkstelling met kwalitatieve
opleiding en maximale begeleiding in het kader van duurzame jobs. Met deze aanpak maximaliseren deze
ondernemingen het sociale nut van de dienstencheque. Het gebruik van dienstencheque in de sociale economie differentieert zich van de aanpak van interimkantoren en van de pure privé-initiatieven, waar optimalisatie van de winst voorop staat.
Uit verscheidene studies in opdracht van de overheid kan men vermoeden dat
dienstenchequeondernemingen uit de sociale economie waarschijnlijk zeer goed scoren op vlak van duurzame jobcreatie, maximaliseren van de tewerkstelling, competentieontwikkeling van de medewerkers en investering in vorming & begeleiding. Maar deze ondernemingen worden niet als specifieke, homogene categorie erkent. In de recente IDEA-rapporten komen de expliciete maatschappelijke meerwaarden van dienstenchequeondernemingen in de sociale economie niet duidelijk naar voren.
> Zie ook persbericht Febecoop: Dienstenchequebedrijven sociale economie: de werknemers zijn tevreden (persbericht n.a.v. de enquête Kwaliteit van de arbeid in het kader van dit intervisieplatform).
Door de dienstencheque in te zetten in de sociale economie, boekt de overheid nochtans driedubbele aanvullende winst:
- Sociale correctie: aandacht voor invulling van maatschappelijke noden aan poets- en huishoudelijke hulp van zwakkere doelgroepen (alleenstaande senioren, financieel zwakkeren,...) via onder meer sociale tarifiëring.
- Duurzame activering van kansengroepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De investering via
dienstencheques en andere ondersteuningsmiddelen is nog steeds gemiddeld 7.000€ goedkoper dan een werkloosheidsuitkering. - 100% return aan sociale en economische meerwaarden: een sociale economieonderneming
herinvesteert mogelijke opbrengsten in bijkomende sociale tewerkstelling.
> www.socialeeconomie.be/dienstencheques
